|
|
Verandering in begeleiding Alleen mensen met matige of ernstige beperkingen op een aantal specifieke onderdelen krijgen nog AWBZ-begeleiding. Het onderscheid tussen activerende en ondersteunende begeleiding vervalt; er is alleen nog de ‘functie begeleiding’. Het CIZ gaat vanaf 1 januari 2009 alle bestaande indicaties en nieuwe aanvragen voor AWBZ-begeleiding op een andere manier beoordelen. Deze nieuwe beoordelingsmethode moet ervoor zorgen dat alleen mensen met matige of ernstige beperkingen nog een indicatie voor AWBZ-begeleiding krijgen. Het gaat bij die nieuwe beoordeling om de ernst van de beperkingen op vijf onderdelen: • Sociale redzaamheid (de regie over het eigen leven); • Bewegen en verplaatsen (het zelfstandig voortbewegen); • Probleemgedrag (agressief of dwangmatig); • Psychisch functioneren (denken, concentreren en waarnemen); • Geheugen- en oriëntatiestoornissen (geheugen en bewustzijn). In de nieuwe situatie krijgen mensen geen indicatie meer voor begeleiding als het alleen gaat om: • Persoonlijke verzorging en het sociale leven (eten en drinken, wassen en aankleden); • Huishoudelijk leven (maaltijden, kleding verzorgen, lichte schoonmaak); • Maatschappelijke zaken (sociale contacten en activiteiten buitenshuis); • Psychisch welbevinden (depressie, angst, eenzaamheid). Grondslag psychosociaal uit AWBZ Mensen die vanwege psychische en sociale problemen recht hadden op ondersteunende begeleiding in dagdelen of op persoonlijke verzorging (de ‘grondslag psychosociaal’), kunnen vanaf 1 januari 2009 bij de gemeenten terecht. De gemeenten zijn voor deze groep de begeleiding aan het verzorgen. Dat valt onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Om mensen niet plotseling te confronteren met deze verandering is 2009 een overgangsjaar. Bron: Flits 40/LOC-LPR, december 2008
| |||||||||||||||||||||||||||